Interne versus externe referentie

(Waar cliënt staat kun je ook partner, collega, coachee, werknemer etc. invullen.)

Sommige mensen denken aan het grote geheel terwijl anderen op de details letten. Er zijn mensen die vooral kijken naar wat goed is en mensen die kijken naar wat er niet goed is. Personen die alles buiten zichzelf leggen en die de verantwoordelijkheid zelf nemen. Allemaal verschillende denkstijlen die we binnen NLP metaprogramma’s noemen.

Denkstijlen

Denkstijlen oftewel metaprogramma’s zijn onze diepste onbewuste processen. Deze processen sturen ons gedrag en kunnen veel patronen verklaren. Ze karakteriseren gedragspatronen van mensen. Het geeft aan hoe je denkt, voelt en handelt in plaats van wie je bent. Gedrag kun je veranderen. Door het in kaart brengen van metaprogramma’s krijg je als inzicht in iemands gedrag in bepaalde situaties als ook zijn ontwikkelpunten en van inzicht krijg je weer begrip. Begrip voor iemands doen en laten.

Interne referentie versus externe referentie

Een tijdje geleden was ik met mijn man aan het wandelen met de honden. We liepen door ons vertrouwde rondje en kwamen in een winkelstraat. Toen we langs de boekwinkel liepen (die bekende met de 5 rode letters) schoot man mijn te binnen dat we nog een nieuwe verjaardagskalender moesten hebben. Hij naar binnen en ik besloot buiten te blijven met onze honden. Na een aantal minuten komt hij naar de ingang van de winkel. Met een verjaardagskalender in zijn hand. Hij vraagt aan mij of ik die goed vind. Dat is nou externe referentie. De ander laten aangeven of laten bepalen of iets goed is. Mijn vraag was direct: Wat vind jij zelf? Een vraag om interne referentie te stimuleren.

Het gaat niet om goed of fout.

Het gaat niet om goed of fout in dit verhaal. Zo werkt dat niet met metaprogramma’s. Bij het metaprogramma “Bron” gaat het om interne of externe referentie. Interne referentie wil zeggen dat je zelf bepaalt of je iets wilt of niet. Bij externe referentie vind je de mening van de ander heel belangrijk. Of je meer extern of intern gerefereerd bent hangt af van de situatie. De context. Sommige mensen zijn echter wel meer extern dan intern of andersom. En heel soms zie je ook in denkstijl “Bron” in extremo. Mensen die bijna volledig intern gerefereerd zijn, trekken zich totaal niets aan van wat anderen zeggen, wat de mening is van de ander. De andere extremo is totaal extern. Die mensen lijken afhankelijk van de mening van anderen.
Het mooie is dat we zowel mensen met de voorkeur externe als interne referentie hebben. Je kun de metaprogramma’s zien als een geluidspaneel. De schuifjes kun je bedienen. Een beetje meer in die situatie en een beetje  minder en deze situatie. Je kunt ook kiezen wanneer je meer intern of extern gerefereerd wilt handelen. Dit heeft alles te maken met inzicht. Inzicht in je eigen metaprogramma “Bron”.  Vraag je vaak aan anderen wat zij er van vinden? Of weet je zelf al snel of het goed is. Let er maar eens op. Wanneer je het van jezelf hebt ontdekt gaat het om keuze. Je maakt zelf de keuze hoe je het geluidspaneel wilt bedienen.

De hint was duidelijk

Na mijn vraag wat mijn man er zelf van vond, was de hint duidelijk. Hij stapte naar binnen en kocht de kalender; interne referentie was geactiveerd.
Metaprogramma’s karakteriseren dus gedragspatronen van mensen.  Je kunt deze veranderen waardoor je flexibeler wordt in gedrag. Ook geeft kennis van deze denkstijlen inzicht in iemands handelen en communiceren. Hierdoor kan de communicatie enorm verbeteren. De metaprogramma’s komen voorbij tijdens de NLP practitioner. Er zijn namelijk nog veel meer van deze programma’s en combinaties daarvan die uitgebreid aan bod komen in de NLP Master practitioner. Ze zijn zeer goed in te zetten tijdens coaching en therapie. Bij mensen die extern gerefereerd zijn, kun je de schuifpanelen verschuiven naar meer intern gerefereerd. Afhankelijkheid van de therapeut neemt dan af en de client leert op eigen benen te staan. Ze komen zelf meer in beweging.


Is een client namelijk in extremo extern gerefereerd dan hebben zij permanent leiding nodig en hebben zij grote moeite om besluiten te nemen. En dat is nou juist niet wat je wilt tijdens je behandeling of coaching of gesprek met een collega of medewerker.  

 
  

Taalgebruik van extern en intern gerefereerd

Je kunt interne en externe referentie herkennen aan dat wat de persoon zegt.
Interne gerefereerde personen kunnen uitspraken hebben als:
“Ik beslis”,
“Dit voelt goed,
“Ik vind…”
Extern gerefereerde personen hebben uitspraken als:
“Wat vind jij?”,
“De resultaten geven aan dat”,
 “Ik weet het niet”,
“Ik refereer naar…”

 

Communiceren

 
Je kunt zowel interne als externe referenties stimuleren door het stellen van bepaalde vragen.


Vragen die je iemand kunt stellen om de interne referentie te prikkelen:
-          Wat vind jij?
-           Wat is jouw mening?
-          Hoe zou jij dat doen?
-          Wat vind jij belangrijk?
-          Hoe zou jij het aanpakken?


Vragen die je iemand kunt stellen on de externe referentie te activeren:
-          Wat vinden anderen ervan?
-          Hoe zou dit jou kunnen beïnvloeden?
-          Wat is de mening van je omgeving?


Als een client om jouw mening vraagt, wat doe jij dan? Als therapeut ben je snel geneigd om antwoord te geven. Stel je nou eens voor dat je de vraag stelt: “Wat vind je er zelf van?”, dan activeer je interne referentie en zorg je ervoor dat de persoon gaat ontwikkelen omdat hij zelf na moet denken. De client komt daarmee in beweging en zal nieuw gedrag vertonen. Hij krijgt verantwoordelijkheid voor zijn eigen gedrag.
 
Ik wil meer lezen over communicatie en download het e-book.

Veranderen

Metaprogramma’s maken een belangrijk deel uit van je doen en laten en je kunt ze veranderen. Het feit allen al dat je weet van het bestaan van metaprogramma’s kan ervoor zorgen dat je op een andere manier gaat denken en reageren. Ook al heb je voorkeur voor externe referentie dan wil dat niet zeggen dat je dat altijd hebt. In zicht in, zorgt voor groei, voor ontwikkeling; een stuk zelfreflectie  is uiteindelijk wat je teweeg wilt brengen bij de client. Wat zeg ik, hoorde ik, deed ik en dacht ik. Wat had het voor effect, wat leverde het mij op.  Was het niet prettig? Doe dan wat anders. Was het positief? Doe het dan nog een keer. Herhaal dit gedrag zodat het verankert in je systeem.
 
"Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg"


Denk je: dit is interessant? Ik wil meer weten? Geef je op voor een informatieavond NLP.


 Literatuur


C. Dweck: "Mindset, de weg naar succesvol leven."
St. R Cove, "The 7 habits of highley effective people"
A. Durlinger: "Voorbij je eigen wijze"
R. Dilts:  "Verander je overtuiging"
R. Bandler, J Grinder, "De betovering van de taal"