Chunken


Chunken is een techniek die veelvuldig gebruikt wordt bij NLP. Het zorgt voor het grote geheel of ontdekt juist de specifiekere informatie.


De term chunking komt uit de computerwereld. Het betekent het opdelen van dingen of denkpatronen in kleinere stukjes. Je kunt dit stapsgewijs doen, naar boven gaat het specifiek naar algemeen (of van deel naar geheel). Naar beneden ga je stapsgewijs van algemeen naar specifiek (van geheel naar deel).


Chunken is een techniek om van abstractie niveau te veranderen in taal tijdens het communicatieproces. Het gaat om het organiseren en reorganiseren van concepten. Een concept onderverdelen in deelconcepten noemen we down chunking. Een concept vertegenwoordigt een betekenisdragende eenheid in denken. Categorieën zijn ordeningen van concepten. De meeste webwinkels maken hier dankbaar gebruik van (o.a. Coolblue / Marktplaats). Zonder categorieën zou het een rommeltje worden.


Upchunken:

Het bewegen naar een abstracter niveau.


Upchunken is zoeken naar een “match”. Een upchunk van ‘kast’ is ‘meubel’ en van ‘auto’ is het ‘transportmiddel’. Upchuncken gebruik je wanneer mensen verzanden in details of onvoldoende de grote lijn zien. Ook inzetbaar om patronen te gaan herkennen. Enkele upchunck vragen:


  • Waar is dat een onderdeel van?
  • Wat is de intentie daarachter?


Downchunken:

Het bewegen naar een concreter niveau.


Bij downchunken noem je voorbeelden. Als voorbeelden voor ‘fruit’ gelden; ‘appel’ , ‘peer’ en ‘banaan’. Dit zijn allemaal verschillende downchunks. Downchunken is een vorm van “mismatching”. Downchunken is zeer handig als mensen in algemeenheden praten en onvoldoende concreet zijn.


Enkele downchunk vragen:

  • Kun je het specificeren? Wat bedoel je exact?
  • Heb je voorbeelden?


Lateraal chunken:

Het bewegen op hetzelfde niveau.


Lateraal chunken is op hetzelfde niveau veranderen. Wat zijn andere voorbeelden van X. Lateraal chunken doe je door eerst een niveau omhoog te gaan en daarna een ander voorbeeld daarvan te zoeken. Bijvoorbeeld: ‘schroeven’; upchunk: ‘onderdelen’, laterale downchunk: ‘pluggen’. Schroeven en pluggen zijn daarmee lateraal.



Nog een voorbeeld van chunken:


Als een persoon je om een stuk fruit vraagt en je geeft een appel, kan het zijn dat hij eigenlijk zin had in een peer. De appel en de peer zijn allebei fruit, je hebt alleen specifiekere informatie nodig.


Up chunk, omhoog naar het algemene of geheel: “Ik heb trek.”

Down chunk, omlaag naar het specifieke of deel: “Ik wil een peer.” (En specifieker opgedeeld: “Ik wil een stoofpeer.” “Ik wil de stoofpeer Gieser Wildeman.”)

Lateraal chunk, zijwaarts, naar alternatieven: “Ik wil een appel, een peer of een ananas.”


Wanneer je stapsgewijs naar beneden gaat, kom je bij specifieke ervaringen. Die ervaringen zijn reëel en via de zintuigen te ervaren (zien, horen, proeven, ruiken en voelen). Wanneer je stapsgewijs naar boven gaat, kom je bij criteria uit. Mits je vraagt wat bijvoorbeeld een doelstelling iemand oplevert, of wat er mogelijk wordt voor die persoon op een hoog niveau.


Chunken is goed in te zetten tijdens een feestje als je het liever over een ander onderwerp wilt hebben.


Je kunt het zeer goed gebruiken tijdens een vergadering, wanneer je af en toe het grotere geheel moet ontdekken en zo nu en dan specifiekere informatie naar boven wilt halen.


Tijdens coaching wordt chunken ook veelvuldig ingezet om mensen mee te nemen hun doel te onderzoeken. Hoe specifieker hoe duidelijker.


Downchunken kun je goed toepassen door middel van de vragen van het metamodel.