Auditief

Mensen die auditief zijn ingesteld, bewegen hun ogen naar opzij. Zij ademen vanuit het midden van de borstkas. Een karakteristieke eigenschap is dat zij in zichzelf praten en dat ze gemakkelijk worden afgeleid door lawaai (sommigen bewegen zelfs hun lippen terwijl ze innerlijk spreken). Zij kunnen je woorden gemakkelijk herhalen, leren door luisteren en houden gewoonlijk van muziek en telefoongesprekken. Zij onthouden datgene wat verteld is door de ander en zijn gericht op tonen.

Auditief ingestelde mensen vinden het prettig te luisteren naar wat je te vertellen hebt, reageren op een bepaalde toon van de stem of groep woorden. Zij zullen geĆÆnteresseerd zijn in wat je te zeggen hebt. Zij spreken langzamer en melodieus en het taalgebruik is gevuld met woorden die betrekking hebben op geluid. Zo zullen zij zeggen dat het hun "ter ore" kwam en dat zij nog van zich zullen "laten horen".

Vraag hen wie er vanochtend gebeld heeft. Zij zullen dan de blik opzij richten. In hun gedachten horen ze die persoon weer spreken. De lichaamstaal die hun het eerste opvalt is de intonatie in de stem.

Woorden die een auditief (horen)iemand veel gebruikt:

Klinken, horen, aanhoren, geluidsterkte, vragen, vraagbaar, beweren, zo gezegd, vertellen, geruchten, zeggen, luiden, stemmen, versnellen, lawaai, fluisteren, volume, timbre, gekletter, afstand, onderbroken, diepte, melodieus, totaal sprakeloos, helderheid, resonantie, vibratie, scherp, zuiver, vertragen, hakkelen, tempo, tonaliteit, ongehoord, toehoorders, ongevraagd, afratelen, rinkelen, toon, vertalen, stereo, schreeuwen, inluiden, vals, stil, harmonieus, duur, woorden, plaats, ononderbroken, luisteren, harmonie, vertellen, wijs, duidelijkheid, discussiƫren, rumoerig, stotteren, schel, toonsoort.


Hoe zit dat met de andere voorkeurssystemen?

Lees hier meer over visueel.

Lees hier meer over kinesthetisch.

Lees hier meer over auditief digitaal.